Gemeenten zien dat er aanbieders zijn die een doelgroep bedienen die relatief vaak niet naar de hulpverlening komen, de zogenaamde 'zorgmijders'. Aanbieders doen vervolgens moeite om de jeugdigen over te halen om naar de dagbesteding gaan, met wisselend succes. Wanneer een jeugdige niet komt opdagen mag een aanbieder niet declareren. Terwijl zij wel inzet hebben gepleegd om de jeugdige te stimuleren en te motiveren. 

Zorgmijders is anders dan no show. No show wordt door een brede doelgroep veroorzaakt. Bijvoorbeeld bij ziekte, last minute afzegging, afspraak vergeten, de noodzaak niet meer ervaren (bijvoorbeeld aan het einde van een traject). No show wordt niet vergoed.

Met het beleid zorgmijders vergoeden gemeenten vanaf 1 januari 2025 maximaal voor zes maanden de (extra) inzet die een aanbieder doet om een jeugdige zorgmijder te overreden naar een groepsproduct te komen. Mits het 'komen opdagen' is opgenomen als doelstelling in het hulpverleningsplan.

De 'spelregels'

  • Zorgmijders: zijn jeugdigen met doorgaans een psychiatrische problematiek, middelengebruik en of multi problem op meerdere leefgebieden. De jeugdige vraagt meestal niet zelf om hulp of wil deze hulp niet accepteren, maar deze wordt 'opgelegd' door anderen. De motivatie van de jeugdige om de hulp te accepteren is laag en daardoor komt de jeugdige vaak niet opdagen. Het gaat om oudere jeugdigen die zelfstandig kunnen handelen en niet om het jonge kind dat afhankelijk is van ouders.  
  • (Extra) Inzet:  aanbieders plegen aantoonbare (extra) inzet om de jeugdigen te motiveren naar de groep te gaan. Bijvoorbeeld door gesprekken met ze te voeren, ze thuis op te halen, in sommige gevallen zelfs te motiveren om uit bed te komen. De inzet die een aanbieder pleegt gaat verder dan een telefoontje en een gesprek.
  • Doelstelling: in het hulpverleningsplan is het motiveren en stimuleren van de jeugdigen om hulp te accepteren als doel benoemd. 
  • Groepsproducten: het betreft alleen groepsgerichte jeugdhulp. De codes groep ondersteuningsgericht: 41R21, 41R22,41R23 en groep herstelgericht 41R01, 41R02, 41R03.
  • Voor zes maanden: gemeenten gaan ervan uit dat aanbieder maximaal zes maanden nodig heeft om een jeugdige te motiveren. Als het dan nog niet lukt, dan is wellicht een andere interventie nodig.


Samengevat

  • De inzet ten behoeve van zorgmijders wordt aleen vergoed als het opgenomen is als doel in het hulpverleningsplan.
  • Het geldt niet voor elke client en is nooit standaard. 
  • Een aanbieder moet kunnen uitleggen waarom het nodig is om het in te zetten en voor hoe lang. 
  • Zorgmijders kan alleen worden vergoed bij dagbesteding (groepsgericht).  
  • De toegewezen code op de jeugdige mag dan gedeclareerd worden als een jeugdige niet komt opdagen.
  • Het gaat nooit om 'met terugwerkende kracht'.
  • No show is geen zorgmijder.